ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanhouden huurwoning en inrichting kamer verzorgingstehuis
Appellante was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het aanhouden van haar huurwoning en de inrichting van een kamer in een verzorgingstehuis. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch wees deze aanvragen af, omdat de kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd volgens artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen belang had bij het hoger beroep tegen het besluit over de inrichting van een kamer in verzorgingstehuis De Grevelingen, aangezien zij daar niet is verhuisd. Ook werd geoordeeld dat het aanhouden van de huurwoning na het verzoek van het zorgkantoor voor het opzeggen van de huur voor eigen rekening en risico van appellante kwam. Verder werd vastgesteld dat de verlaging van de bijzondere bijstand voor waskosten terecht was, omdat appellante deze kosten kon uitbesteden aan het psychiatrisch ziekenhuis.
Ten aanzien van de inrichting van de kamer in het verzorgingstehuis werd bevestigd dat dergelijke kosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en in principe uit het eigen inkomen moeten worden betaald. Aangezien appellante voldoende tijd had om te reserveren, waren er geen bijzondere omstandigheden die recht gaven op bijzondere bijstand. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde de eerdere afwijzingen van het College.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt grotendeels afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.