ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens niet-noodzakelijke verhuizing naar Groningen
Appellante had bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van woninginrichting vanwege haar verhuizing van Grijpskerk naar Groningen. Het College wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de brief van de maatschappelijk werkster alleen de wenselijkheid van de verhuizing ondersteunde, niet de noodzaak ervan. Verder werd gesteld dat de aanwezigheid van speciaal onderwijs voor de dochter en betere arbeidsmogelijkheden in Groningen geen voldoende grond vormen voor een noodzakelijke verhuizing. De reeds aanwezige vervoersvoorziening voor de dochter en het feit dat bijstandsverlening niet afhankelijk kan worden gesteld van toekomstige onzekere gebeurtenissen, ondersteunen dit oordeel.
De Raad concludeert dat de kosten van woninginrichting niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB kunnen worden aangemerkt en bevestigt de eerdere afwijzing van de bijzondere bijstand. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk was.