ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV wegens schending redelijke termijn en toekenning schadevergoeding
Appellant, directeur-grootaandeelhouder, meldde zich arbeidsongeschikt en ontving een uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 45 en 55%. Diverse besluiten van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid en toepassing van artikel 58 WAZ Pro over het jaar 1999 werden aangevochten. Na langdurige bezwaar- en beroepsprocedures stelde de rechtbank de overschrijding van de redelijke termijn vast, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 1 augustus 2002 ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte niet oordeelde over de schending van de redelijke termijn en bestreed hij de proceskostenveroordeling. De Raad concludeerde dat het UWV onredelijk lang heeft gedaan over de besluitvorming, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden.
De Raad vernietigde de besluiten van 8 mei 2002 en 1 augustus 2002, handhaafde de rechtsgevolgen van het laatste besluit, kende appellant een immateriële schadevergoeding van €1.000,- toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Raad verwierp inhoudelijke grieven over de indexering en berekening van de arbeidsongeschiktheid.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt dat schending van de redelijke termijn leidt tot schadevergoeding. Tevens wordt bevestigd dat de burgerlijke rechter bevoegd is voor schadevergoedingsvorderingen wegens rechterlijke termijnoverschrijding.
Uitkomst: Besluiten van het UWV werden vernietigd wegens schending van de redelijke termijn en appellant kreeg een schadevergoeding van €1.000,- toegekend.