ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet voortzetten sollicitatieprocedure wegens onvoldoende motivering
Appellant was sinds 2002 werkzaam als secretaris van een raadscommissie bij de gemeente Haarlem en solliciteerde in mei 2004 naar een functie als deeltijd-raadsadviseur. Het college besloot de sollicitatieprocedure niet met hem voort te zetten, waarbij werd getwijfeld aan zijn analytisch niveau en overtuigingskracht. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het college. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de functie van raadsadviseur niet kan worden aangemerkt als een voortgezette functie conform de Leidraad bij Organisatieverandering 1999, omdat de inhoud en het niveau verschillen. De Raad stelt dat het college een grote beoordelingsvrijheid heeft bij het niet voortzetten van een sollicitatieprocedure, maar dat de rechterlijke toetsing terughoudend is en zich beperkt tot de vraag of het besluit redelijk is en niet in strijd met algemene rechtsbeginselen.
De Raad concludeert dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd: de selectiecommissie baseerde zich uitsluitend op het sollicitatiegesprek zonder nadere onderbouwing van twijfels aan het analytisch vermogen. Er is geen gebruik gemaakt van mogelijkheden zoals een test of proefplaatsing. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om de sollicitatieprocedure niet voort te zetten wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met voldoende motivering.