ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim in penitentiaire inrichting na invoeren verboden goederen
Appellant, werkzaam als forensisch begeleider in de Penitentiaire Inrichtingen Amsterdam, heeft zonder voorafgaande toestemming goederen (telefoonkaarten) ingevoerd in de inrichting, wat in strijd is met het integriteitsprotocol van 1998 en 2002. Na onderzoek door het Bureau Integriteit & Veiligheid werd hem ontslag met onmiddellijke ingang verleend wegens zeer ernstig plichtsverzuim.
Appellant voerde aan dat hij in een reflex handelde en open kaart speelde door zijn leidinggevende te informeren, maar de Raad oordeelde dat hij bewust en meerdere malen in strijd met de voorschriften handelde en pas informeerde nadat een collega dit ontdekte. De rechtbank had het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak.
Gezien de verantwoordelijke functie van appellant en zijn eerdere berisping achtte de Raad het ontslag niet onevenredig. Ook het feit dat appellant gedurende het onderzoek mocht doorwerken, leidde niet tot het verval van het recht van de minister om hem te ontslaan. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.