ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid korpsbeheerder tot oplegging schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam als hoofdagent, maakte op 17 augustus 2002 een opmerking over de seksuele geaardheid van een collega in een ME-commandovoertuig, waarbij een burger het woord "homo" opving. De korpsbeheerder legde hem daarop een schriftelijke berisping op wegens plichtsverzuim, omdat betrokkene zich bewust had moeten zijn van de aanwezigheid van de burger.
De rechtbank vernietigde dit besluit, oordelend dat betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet hoefde te verwachten dat een burger zijn opmerking zou horen. In hoger beroep handhaafde de korpsbeheerder zijn standpunt, stellende dat betrokkene wist dat een burger aanwezig was.
De Raad verwierp dit standpunt, stellende dat betrokkene uitdrukkelijk ontkende dat hij wist van de aanwezigheid van een burger en dat het ongebruikelijk was dat een burger in het commandovoertuig aanwezig was. De Raad concludeerde dat betrokkene zich niet schuldig had gemaakt aan het verzuim en dat de korpsbeheerder niet bevoegd was de berisping op te leggen. Het hoger beroep van de korpsbeheerder werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De schriftelijke berisping werd vernietigd en het hoger beroep van de korpsbeheerder afgewezen.