ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoenenverkoopster, viel op 20 mei 2000 uit wegens rugklachten. Zij ontving vanaf 21 mei 2001 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 6 februari 2002 in, omdat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht.
Na een medisch onderzoek door verzekeringsarts Crutzen en aanvullende rapportages concludeerde het UWV dat appellante haar werk volledig kon uitvoeren. Appellante voerde aan dat zij wel beperkingen ondervond en verzocht om een deskundigenoordeel, maar dit werd niet gehonoreerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een processueel belang en wees het beroep tegen het intrekkingsbesluit af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens geen aanwijzingen boden voor arbeidsongeschiktheid op de datum in geding.
De Raad hechtte geen waarde aan niet-medische verklaringen zoals die van de filiaalmanager en zag geen reden voor nader medisch onderzoek. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt dat appellante sinds 6 februari 2002 in staat is tot het verrichten van haar eigen werk en andere gangbare arbeid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.