ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten bezwaarprocedure in WAO-uitkeringszaak
Appellante verzocht het UWV om vergoeding van kosten die zij maakte in verband met de bezwaarprocedure tegen de intrekking van haar WAO-uitkering. Het UWV kende slechts een deel van het gevraagde bedrag toe en wees het meerdere af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep onderzocht of het UWV terecht het verzoek om kostenvergoeding heeft beperkt.
De Raad overwoog dat het UWV het verzoek moest toetsen aan het beleid zoals neergelegd in de Lisv-mededeling en dat het niet aannemelijk was dat het UWV tegen beter weten in onrechtmatig had besloten. Appellante kon niet aantonen dat het UWV destijds al beschikte over gegevens die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld rechtvaardigden. Ook de gehanteerde uurtarieven en de afwijzing van vergoeding van invorderingskosten werden door de Raad als redelijk beoordeeld.
De Raad verbeterde de gronden van de rechtbankuitspraak waar nodig, maar bevestigde de beslissing dat het UWV het verzoek om vergoeding van kosten terecht had beperkt tot €1.451,52. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 4 oktober 2006.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van kosten boven €1.451,52 werd terecht afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.