ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1886
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor tijdelijke aanstelling om opleiding politie te vervolgen
Verzoeker, tijdelijk aangesteld als aspirant allround politiemedewerker, werd per 1 augustus 2004 eervol ontslagen wegens ongeschiktheid. Dit ontslagbesluit werd door de rechtbank Assen vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag, waarna de korpsbeheerder een nieuw besluit moest nemen. Verzoeker vorderde een aansluitende aanstelling om zijn opleiding te kunnen vervolgen.
De korpsbeheerder stelde voorwaarden waaronder een antecedenten- en medisch onderzoek moesten plaatsvinden en weigerde een aansluitende aanstelling omdat niet aan de kwalificatie-eisen werd voldaan. De voorzieningenrechter van de rechtbank Assen verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft en dat het eerdere besluit onvoldoende voorziet in een vervolgopleiding. De Raad stelt dat een nieuw medisch onderzoek niet noodzakelijk is, maar een hernieuwd antecedentenonderzoek gegrond kan zijn. Daarom beveelt de Raad de korpsbeheerder om vóór 1 november 2006 een tijdelijke aanstelling te verlenen zodat verzoeker zijn opleiding kan afronden, onder de voorwaarde dat hij aan de eisen van het antecedentenonderzoek voldoet.
Daarnaast wordt de korpsbeheerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker. De uitspraak benadrukt het belang van het ongedaan maken van de gevolgen van het eerdere ontslag en het waarborgen van de opleidingsmogelijkheden van verzoeker.
Uitkomst: De korpsbeheerder wordt opgedragen vóór 1 november 2006 een tijdelijke aanstelling te verlenen zodat verzoeker zijn opleiding kan afronden, onder de voorwaarde van een positief antecedentenonderzoek.