ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1888
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na niet aangevochten ontslag
Verzoeker was werkzaam als chauffeur op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die stilzwijgend werd verlengd. Hij werd op 16 mei 2005 ontslagen zonder voorafgaande toestemming van het Centrum voor werk en inkomen (Cwi). Verzoeker heeft dit ontslag niet aangevochten en vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan de referte-eis.
Na bezwaar en beroep stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat verzoeker verwijtbaar werkloos was geworden omdat hij onnodig had meegewerkt aan het ontslag terwijl het aanvechten daarvan niet kansloos was. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslag niet om bedrijfseconomische redenen was en dat verzoeker zich had moeten verzetten tegen het ontslag.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen de fictieve weigering op bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarbij het Uwv terecht de WW-uitkering geheel heeft geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Verzoeker kon zich niet beroepen op onzorgvuldigheid van het Uwv of het Cwi in deze procedure.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.