ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar en vaststelling dwangsom door Sociale Verzekeringsbank
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) over de herziening en terugvordering van een AOW-toeslag over de periode december 2007 tot en met oktober 2008. De Svb stelde niet tijdig een beslissing op het bezwaarschrift vast, waarbij de beslistermijn op 5 augustus 2010 eindigde zonder dat een beslissing was genomen. De Svb stelde later dat de beslistermijn met zes weken was verlengd vanwege een hoorzitting, maar dit was niet tijdig schriftelijk meegedeeld en appellant had niet ingestemd met verlenging.
Appellant stelde de Svb in gebreke en vorderde een dwangsom wegens de overschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het prematuur was ingesteld, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat rechtsgeldige verdaging van de beslistermijn alleen vóór het einde van de beslistermijn kan plaatsvinden en dat de Svb de beslistermijn had overschreden.
De Raad stelde de dwangsom vast op €550,- over 23 dagen en veroordeelde de Svb in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige beslissingen en correcte communicatie over beslistermijnverlengeningen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €550,-.