ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, werkzaam als IT-operator, viel uit wegens spanningsklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een belastbaarheidspatroon vastgesteld door een verzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het rapport van deskundige Kok onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was, en dat zijn psychische beperkingen waren onderschat.
De Raad benoemde een nieuwe deskundige psychiater, Hertroijs, die een uitgebreid onderzoek verrichtte en concludeerde dat appellant wel degelijk beperkingen had, waaronder een beperking voor monotoon werk en een urenbeperking tot maximaal 20 uur per week. Dit rapport weerlegde het eerdere oordeel van Kok en leidde tot de conclusie dat het oorspronkelijke besluit op een onvoldoende medische grondslag berust.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en beval het Uwv om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van het nieuwe rapport. Tevens werden de proceskosten van appellant toegewezen en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag en het Uwv moet opnieuw beslissen.