ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum WW-uitkering na ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer
Appellant was statutair directeur bij een besloten vennootschap en werd door de algemene vergadering van aandeelhouders op 6 januari 2004 ontslagen met ingang van 1 augustus 2004. Appellant verzocht de rechtbank om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, die op 31 juli 2004 werd uitgesproken met toekenning van een vergoeding van €260.000,--.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde op grond van artikel 16, derde lid, van de WW een WW-uitkering toe te kennen tot 1 november 2004, omdat het uitkeringsrecht zou ingaan na de wettelijke opzegtermijn van zes maanden minus de rda-maand. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd door ontbinding per 31 juli 2004 en dat de opzegging door de AVA per 1 augustus 2004 geen rechtsgevolg heeft. Omdat de ontbinding op verzoek van de werknemer plaatsvond, geldt een opzegtermijn van één maand conform artikel 7:672, derde lid, BW. Hierdoor heeft appellant recht op WW-uitkering vanaf 1 september 2004. Het bestreden besluit werd vernietigd en het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant heeft recht op WW-uitkering vanaf 1 september 2004; het bestreden besluit wordt vernietigd.