ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring na ziekmelding vanuit WW- en WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, viel op 26 maart 2001 uit met nekklachten en ontving vanaf 25 maart 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Naast de WAO-uitkering ontving hij ook een WW-uitkering, waaruit hij zich op 20 november 2003 ziek meldde. De arts L. Sijben accepteerde de ziekmelding op 17 december 2003, mede omdat appellant mogelijk dagbehandeling zou ondergaan.
Later bleek dat dagbehandeling niet aan de orde was en dat appellant individuele therapie zou volgen. Op 20 januari 2004 verklaarde Sijben appellant hersteld en niet langer ongeschikt voor de geselecteerde functies, waarop het UWV op 28 januari 2004 het ziekengeld stopzette. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar deze werden ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep bracht appellant een brief in van psychiater en GZ-psycholoog, maar de Raad oordeelde dat deze geen nieuwe informatie bevatte die aanleiding gaf tot twijfel aan de medische beoordeling. De Raad bevestigt het bestreden besluit en sluit aan bij de overwegingen van de rechtbank. Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot stopzetting van het ziekengeld blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de stopzetting van het ziekengeld en verklaart het hoger beroep ongegrond.