ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering na intrekking WAO-uitkering wegens niet voldoen aan arbeidsurenverlies en wekeneis
Appellante, laatst werkzaam als verzorgingsassistente voor 22 uur per week, viel uit wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering vanaf 5 januari 2003 met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Na een herbeoordeling werd deze uitkering ingetrokken per 20 juli 2004. Appellante vroeg daarop een WW-uitkering aan, welke door het UWV werd geweigerd omdat zij geen arbeidsurenverlies had op het moment van intrekking en niet voldeed aan de wekeneis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat zij vanaf 5 januari 2003 wel aan de voorwaarden voor WW-uitkering voldeed, maar haar aanvraag pas in juli 2004 indiende. De Raad overwoog dat een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% geen belemmering vormt voor WW-recht, maar appellante was op 5 januari 2003 niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt en had pas in 2004 aangegeven beschikbaar te zijn.
Daarom werd geoordeeld dat het UWV terecht de WW-uitkering had geweigerd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af. De weigering van de WW-uitkering bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan arbeidsurenverlies en wekeneis.