ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over niet-doorwerking PC-Privéregeling in vakantiegeld en overurentarieven
Appellante voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin correctienota's en boetenota's van het Uwv werden bevestigd. Deze nota's betroffen de jaren 1999 tot en met 2003 en hadden betrekking op de niet-doorwerking van de verlaging van het brutoloon vanwege de PC-Privéregeling in de berekening van vakantiegelduitkering en overurentarieven.
Tijdens een looncontrole in 2003 werd vastgesteld dat de verlaging van het brutoloon niet correct werd doorgevoerd in de berekeningen van vakantiegelduitkering en overuren. Het Uwv legde daarop correcties en boetes op, welke door de rechtbank werden bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel rekening had gehouden met de verrekening van vakantietoeslag en dat de verlaging van het contractloon feitelijk hetzelfde effect had, ongeacht de wijze van verrekening.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak de verlaging van het brutoloon reëel moet zijn en door moet werken in alle looncomponenten, waaronder het vakantiegeld. De opvatting van appellante dat het per saldo niet uitmaakt hoe de verlaging wordt doorgevoerd, werd verworpen. Omdat er geen zelfstandige grieven tegen de boetenota's waren ingebracht, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.