ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering kinderbijslag wegens wijziging studieregeling
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving kinderbijslag voor zijn zoon Mohamed tot het derde kwartaal van 2000. De Sociale verzekeringsbank (Svb) besloot de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 1998 te weigeren en terug te vorderen, omdat Mohamed was overgestapt van middelbaar naar universitair onderwijs, waardoor het recht op kinderbijslag verviel volgens gewijzigde wetgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat de Svb terecht had besloten dat er geen recht meer bestond op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 1998, maar dat de Svb niet had getoetst aan het eigen beleid omtrent herziening en terugvordering, dat rekening houdt met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
Daarom vernietigde de Raad de bestreden besluiten en gaf de Svb opdracht nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van dit beleid. Tevens werd bepaald dat de Svb het griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en de Sociale verzekeringsbank dient nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van het beleid.