ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim van ambtenaar bij Nibra
Appellante was beleidsmedewerker bij het Nibra en werd in 2002 ontheven van haar werkzaamheden. Het bestuur deed meerdere pogingen om het dienstverband minnelijke te beëindigen, maar hierop werd niet gereageerd. Vervolgens werd appellante uitgenodigd om werkzaamheden te hervatten, wat zij weigerde.
Na een ziekmelding en een bedrijfsartsbezoek waarbij geen arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld, werd appellante geschorst met volledige inhouding van bezoldiging en gesommeerd haar werkzaamheden te hervatten. Zij gaf hieraan geen gehoor, waarna het bestuur haar ontsloeg wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellante terecht was geschorst en ontslagen, omdat zij zonder geldige medische reden niet aan haar werkverplichtingen voldeed. Ook het verweer dat een arbeidsconflict of gezondheidsproblemen werkhervatting belemmerden, werd niet aanvaard.
De Raad vond dat het bestuur niet te voortvarend had gehandeld, gezien de langdurige werkweigering en het ontbreken van reactie op minnelijke beëindigingsvoorstellen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.