ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Recht op kinderbijslag voor onderwijs en projecten volgens Algemene Kinderbijslagwet
Appellant vordert kinderbijslag voor Moaz over de periode van het tweede kwartaal 2001 tot en met het derde kwartaal 2002. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had deze geweigerd, waarop appellant beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep heroverweegt de zaak.
De Raad oordeelt dat de cursus Nederlands als Tweede Taal (NT2) die Moaz volgde in het cursusjaar 2000-2001 wel als onderwijs in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) moet worden aangemerkt, waarmee de weigering over het tweede en derde kwartaal van 2001 onterecht was. Over het Speedo-project in het vierde kwartaal 2001 en eerste kwartaal 2002 oordeelt de Raad dat dit niet voldoet aan de criteria van onderwijs, omdat het niet leidt tot een examen of diploma en niet als toelatingseis voor vervolgonderwijs geldt.
Voor het tweede en derde kwartaal 2002 is vastgesteld dat de opleiding service-medewerker ICT niet voldoet aan de klokureneis van de AKW en dat Moaz niet als werkzoekende was geregistreerd, ondanks de stelling van appellant dat registratie werd verhinderd. Hierdoor is de weigering van kinderbijslag over deze kwartalen terecht. De Raad vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor het tweede en derde kwartaal 2001 en bevestigt deze voor de overige perioden. Tevens veroordeelt de Raad de Svb tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de weigering van kinderbijslag over het tweede en derde kwartaal 2001 en bevestigt de weigering over de latere kwartalen.