ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken belanghebbende bij terugvordering leenbijstand
Appellant en zijn toenmalige echtgenote ontvingen een overbruggingsuitkering in de vorm van leenbijstand. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen vorderde een bedrag van €497,34 terug van de echtgenote. Deze terugvordering werd bevestigd bij bezwaar en later vernietigd door de rechtbank, die het College opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het College handhaafde het terugvorderingsbesluit bij een nieuw besluit. Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen belanghebbende was bij het oorspronkelijke terugvorderingsbesluit noch bij het daaropvolgende bezwaarbesluit.
Daarom werd het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard. De Raad overwoog tevens dat zelfs als appellant belanghebbende zou zijn geweest, het beroep alsnog niet-ontvankelijk zou zijn wegens niet-naleving van termijnen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het College staat vrij een terugvorderingsbesluit tegen appellant te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep van appellant worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbendestatuut.