ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening toeslag op AOW-uitkering en terugwerkende kracht
De zaak betreft een geschil over de herziening van een toeslag op het AOW-pensioen van de overleden echtgenoot van betrokkene. De Sociale verzekeringsbank (appellant) had de toeslag met terugwerkende kracht herzien op grond van gewijzigde inkomensgegevens van betrokkene, waarbij een bedrag te veel was betaald en teruggevorderd zou worden.
De rechtbank had het bezwaarbesluit van appellant vernietigd en bepaald dat een nieuw besluit moest worden genomen, omdat appellant niet conform het eigen beleid had afgezien van volledige terugwerkende kracht en de motivering van het besluit onvoldoende was. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de echtgenoot van betrokkene op de hoogte had kunnen zijn van het inkomensafhankelijke karakter van de toeslag en dat de herziening met terugwerkende kracht terecht is toegepast.
De Raad oordeelt dat appellant niet verplicht was om de toeslag met volledige terugwerkende kracht te herzien, maar dat in dit geval geen reden bestaat om verder af te zien van herziening dan reeds is gedaan. Ook acht de Raad de motivering van het primaire herzieningsbesluit voldoende. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.