ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij markthandel
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en verrichtte werkzaamheden op markten zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk. Het College besloot de bijstand over meerdere maanden in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat het College de verkeerde wettelijke grondslag hanteerde, namelijk artikel 81 Abw Pro in plaats van artikel 58 WWB Pro.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de WWB sinds 1 januari 2004 van toepassing is en dat de inlichtingenverplichting uit artikel 65 Abw Pro blijft gelden voor de tijdvakken waarop de intrekking betrekking heeft. Appellante heeft nagelaten haar werkzaamheden en inkomsten met concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen, waardoor het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd.
De Raad bevestigt dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door haar markthandel en inkomsten niet te melden, ondanks het feit dat het haar duidelijk had moeten zijn dat deze van invloed waren op haar recht op bijstand. De terugvordering van € 11.131,14 is gegrond en de belangenafweging van het College was redelijk. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand van appellante wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.