ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een bijstandsuitkering tot 1 januari 2004, die werd ingetrokken met ingang van 26 april 2002 vanwege vermeende schending van de inlichtingenplicht en het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar ex-partner [S.]. Het College stelde dat appellante in de periode 26 april 2002 tot 10 november 2003 vermogen had in de vorm van op haar naam geregistreerde auto's en/of inkomsten uit autohandel, en vanaf 10 november 2003 een gezamenlijke huishouding voerde.
De Raad concludeert dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door geen melding te maken van de transacties met auto's, maar dat er onvoldoende bewijs is dat zij daadwerkelijk over relevant vermogen beschikte. Daarom kan het recht op bijstand voor de periode 26 april 2002 tot 10 november 2003 niet worden vastgesteld, maar het besluit tot intrekking over die gehele periode wordt niet onderschreven.
Voor de periode vanaf 10 november 2003 is vastgesteld dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met [S.], waardoor het recht op bijstand verviel. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het College een nieuw besluit te nemen over de periode tot 10 november 2003, terwijl de intrekking vanaf die datum wordt gehandhaafd. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd voor de periode tot 10 november 2003 en gehandhaafd vanaf die datum.