ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens huurinkomsten en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 1998 bijstand naast een WAO-uitkering. Het College trok de bijstand in 2001 in vanwege vermogen boven de vermogensgrens, veroorzaakt door waardestijging van verhuurde woningen. Tevens werd de bijstand over de periode 1998-2001 herzien en teruggevorderd wegens huurinkomsten die niet waren opgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen herziening en terugvordering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet over alle huurinkomsten beschikte. De Raad oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat hij niet alle huurpenningen van twee huurders had ontvangen, maar dat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden door geen controleerbare administratie te voeren.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de herziening van de bijstand betreft, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. Het College was daardoor bevoegd tot herziening en terugvordering. De Raad veroordeelde het College tot betaling van proceskosten en bepaalde dat appellant het griffierecht vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot herziening van bijstand wordt vernietigd voor zover het de herziening betreft, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege schending van de inlichtingenverplichting.