ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over herziening AOW-pensioen bij commerciële kostgangersrelatie
De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende betrokkene sinds april 1992 een ouderdomspensioen toe volgens de gehuwdennorm, omdat zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner. Betrokkene vroeg in juni 2004 om herziening naar de ongehuwdennorm, stellende dat sprake was van een louter commerciële kostgangersrelatie. De Svb wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het onweerlegbare rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding niet zonder meer kon gelden en vernietigde het besluit van de Svb. De Svb ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
De CRvB stelde vast dat betrokkene en haar partner sinds 1992 onafgebroken als gehuwden werden aangemerkt en samenwoonden. Er was geen onderbreking van de gezamenlijke huishouding van twee jaar of langer geweest, zoals vereist om het onweerlegbare rechtsvermoeden te doorbreken. Daarom was het besluit van de Svb om de aanvraag af te wijzen terecht. De CRvB vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag tot herziening van het AOW-pensioen naar de ongehuwdennorm is terecht afgewezen en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.