ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die een WAO-uitkering ontving wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, meldde zich op 14 april 2004 ziek en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na medisch onderzoek door het UWV op 24 december 2004 werd geconcludeerd dat appellant geschikt was om zijn werkzaamheden te hervatten, waarna de ZW-uitkering per 27 december 2004 werd beëindigd.
Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij rekening was gehouden met alle medische informatie, en dat de beoordeling van geschiktheid voor de functie van telefonist/receptionist/typist correct was.
De Raad wees erop dat de geschiktheid voor de functie die in het kader van de WAO-beoordeling was vastgesteld, als maatstaf geldt voor 'zijn arbeid' in de Ziektewet. Hoewel appellant zich later opnieuw ziek meldde, was dit geen reden om het eerdere besluit te herzien. Het bestreden besluit berustte op een juiste grondslag en kon in stand blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.