ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens vermogen op naam van betrokkene
Appellante maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar bijstandsuitkering door het College van burgemeester en wethouders van Tilburg, omdat op haar naam twee auto’s stonden geregistreerd met een waarde van circa €30.000. De rechtbank Breda vernietigde het besluit van het College maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij werd geoordeeld dat de bijstand terecht op andere gronden was beëindigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Volgens vaste jurisprudentie wordt aangenomen dat een auto op naam van een betrokkene deel uitmaakt van diens vermogen, tenzij het tegendeel voldoende wordt aangetoond. Appellante slaagde er niet in te bewijzen dat de auto’s eigendom waren van haar zoon en niet van haarzelf.
De Raad concludeert dat het vermogen van appellante de geldende vermogensgrens overschrijdt en dat de bijstand daarom terecht is beëindigd met ingang van 14 december 2004. Nieuwe argumenten in hoger beroep overtuigen de Raad niet van een ander oordeel. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het College.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is terecht beëindigd omdat het vermogen van appellante de vermogensgrens overschrijdt door auto’s op haar naam.