ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2586
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake AOW
De zaak betreft een verzoek om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 januari 2006, waarin eerdere uitspraken en een besluit van de Sociale verzekeringsbank werden bevestigd. Verzoeker stelde dat de Raad een onjuiste uitleg had gegeven aan een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG).
De Raad overwoog dat herziening op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht slechts mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het verzoek om herziening bevatte geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden.
Verder wees de Raad het verzoek om het stellen van een prejudiciële vraag aan het HvJ EG af, stellende dat het gemeenschapsrecht niet vereist dat artikel 8:88 Awb Pro buiten toepassing wordt gelaten. De Raad verwees hierbij naar een recente uitspraak van het HvJ EG.
De Raad besloot het verzoek om herziening af te wijzen en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen waren niet verschenen bij de zitting.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 november 2006.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.