ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorziening prestatiebeurs voor tempobeursstudent bij arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht op 6 februari 2004 om een voorziening prestatiebeurs wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid door een ziekenhuisopname. De IB-Groep wees dit verzoek op 3 maart 2004 af omdat de voorziening niet geldt voor tempobeursstudenten. Het bezwaar werd op 14 mei 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering over toepassing van artikel 7.51 WHW en artikel 5.16 WSF 2000, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn klaplong uit 1997 ook structurele gevolgen heeft en dat hij destijds een verzoek om kwijtschelding bij de onderwijsinstelling had nagelaten. De Raad overwoog dat artikel 5.16 WSF 2000 pas per 1 september 2000 van kracht werd en dat daarvoor artikel 7.51 WHW van toepassing was, waarbij de uitvoering bij onderwijsinstellingen lag. Omdat appellant zijn studie in 1997 beëindigde, was artikel 5.16 WSF 2000 niet op hem van toepassing.
De Raad concludeerde dat het verzoek terecht door de IB-Groep werd afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit werden in stand gelaten conform artikel 8:72 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de voorziening prestatiebeurs voor de tempobeursstudent.