ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht bij beëindiging bijstandsuitkering en bewijsstukverzoek
Appellant ontving een bijstandsuitkering en meldde per 1 oktober 2004 werk te hebben gevonden, waarna hij verzocht de uitkering te beëindigen. Het College stemde hiermee in, maar vroeg appellant bewijsstukken ter bevestiging. Appellant maakte bezwaar tegen deze verzoeken, dat door het College werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang, omdat het College het bewijsstuk niet langer verlangde.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij principieel wilde weten of het College het bewijsstuk terecht had verlangd en dat de rechtbank ten onrechte weigerde het griffierecht te vergoeden. De Raad bevestigde dat het procesbelang ontbrak omdat de Awb niet bedoeld is voor louter principiële vragen. Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank had moeten bepalen dat het betaalde griffierecht aan appellant moest worden vergoed, gelet op de opstelling van de Dienst.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat het griffierecht niet werd vergoed, bevestigde de rest van de uitspraak en bepaalde dat de gemeente Eindhoven het griffierecht van €142 aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.