ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herbeoordeling WAO met toepassing CBBS wegens onvoldoende motivering
Appellante, werkzaam als Z-verpleegkundige, viel in 1990 uit wegens ernstige darmklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2003 werd de uitkering verlaagd naar 35-45% arbeidsongeschiktheid op basis van een medische beoordeling en een arbeidskundige schatting met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij vanwege lichamelijke en psychische klachten niet kan werken en verzocht tevens om schadevergoeding en proceskostenvergoeding. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde de beperkingen en het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Assen verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat geen nieuwe medische informatie is aangeleverd die het oordeel zou kunnen betwijfelen. Wel constateert de Raad dat het CBBS-systeem onvolkomenheden kent en dat hoge eisen aan de motivering van de arbeidskundige beoordeling gesteld moeten worden. Het UWV heeft in hoger beroep aanvullende toelichting gegeven, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd worden. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat voldoende geschikte functies met adequate toelichting zijn vastgesteld.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en tot restitutie van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2006.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, de rechtsgevolgen blijven in stand, en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.