ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag tegemoetkoming onderwijsbijdrage wegens overschrijding termijn
Appellant heeft bij de IB-Groep een aanvraag ingediend voor tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten voor het schooljaar 2001-2002 en 2002-2003, maar deze aanvragen zijn na de wettelijke indieningstermijn van 31 juli 2002 respectievelijk 31 juli 2003 ingediend. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat niet was gebleken van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet tijdig kon indienen vanwege onbekendheid met de regeling, een verblijf en psychiatrische behandeling in Roemenië en depressiviteit. De Raad overwoog dat onbekendheid met de regeling voor risico van de aanvrager komt en dat de IB-Groep een strikt beleid hanteert waarbij alleen acute, spoedeisende situaties vlak voor het einde van de termijn een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat het beleid van de IB-Groep niet onredelijk is en dat de omstandigheden van appellant niet voldoen aan de criteria voor een uitzondering. De overschrijding van de termijn was te groot en de aangevoerde omstandigheden onvoldoende onderbouwd om de weigering van tegemoetkoming onredelijk te achten.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de aanvraag wegens niet tijdige indiening wordt bevestigd.