ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-schatting wegens onvoldoende motivering
Appellant, die wegens rugklachten en open TBC arbeidsongeschikt raakte, kreeg na een beoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige geen WAO-uitkering toegekend omdat hij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zich kon verenigen met de medische en arbeidskundige schatting van het UWV.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte de toelichting van het UWV over één functie op alle functies had toegepast, waardoor de individuele toetsing onvoldoende was. Het UWV liet daarop een bezwaararbeidsdeskundige per functie een rapport opstellen, die bevestigde dat de functies passend waren.
De Raad oordeelde dat het onderzoek naar de belastbaarheid zorgvuldig was, maar dat de schatting met het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende transparant en toetsbaar was, waardoor het besluit en de uitspraak in strijd waren met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.