ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering UWV tot overname niet opgenomen ATV-dagen na faillissement werkgever
Appellant was werkzaam als timmerman bij een werkgever die op 14 januari 2004 failliet werd verklaard. De curator zegde het dienstverband op met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Appellant vroeg het UWV om overname van de loonbetalingsverplichting, inclusief niet opgenomen ATV-dagen.
Het UWV weigerde de overname van de niet opgenomen ATV-dagen op basis van artikel 35 van Pro de CAO Bouwbedrijf, dat bepaalt dat deze dagen vóór het einde van het dienstverband moeten worden opgenomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant zijn roostervrije dagen in de opzegtermijn had moeten opnemen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat overleg met de werkgever of curator ontbrak en dat individuele roostervrije dagen niet verplicht in de opzegtermijn kunnen worden opgenomen. De Raad verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het UWV terecht de overname van de niet opgenomen ATV-dagen heeft geweigerd, mede gelet op eerdere jurisprudentie. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV tot overname van de niet opgenomen ATV-dagen.