ECLI:NL:CRVB:2007:BA8366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over overneming roostervrije uren bij faillissement werkgever
In deze zaak staat centraal de weigering van het UWV om achterstallige betalingsverplichtingen van de werkgever, waaronder roostervrije uren, over te nemen na faillissement van Hove B.V. Appellanten verzochten het UWV deze verplichtingen over te nemen met toepassing van hoofdstuk IV van de WW, maar het UWV wees dit aanvankelijk af. Na bezwaar nam het UWV besluiten waarbij een fictieve dag van opzegging werd vastgesteld en roostervrije uren werden toegerekend aan de opzegtermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant 1 gegrond en vernietigde het besluit, maar verklaarde de beroepen van andere appellanten niet-ontvankelijk of ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat alleen roostervrije uren die niet konden worden opgenomen vanwege het feit dat appellanten reeds elders in dienst waren, voor overneming in aanmerking komen. De Raad bevestigt dat de fictieve opzegdatum door het UWV redelijk is vastgesteld, maar dat voor sommige appellanten de feitelijke opzegdatum geldt omdat zij elders waren gaan werken.
De Raad vernietigt de besluiten voor appellanten 3 tot en met 8 en 10 en bevestigt de uitspraak voor appellanten 2 en 9. Het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten aan een aantal appellanten toegekend. De zaak betreft de toepassing van de WW, CAO-bepalingen en de vraag wanneer roostervrije uren vergoed kunnen worden.
Uitkomst: Het UWV moet opnieuw beslissen over de overneming van roostervrije uren waarbij alleen uren die niet konden worden opgenomen worden overgenomen.