ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding bij intrekking WAO-uitkering
Appellant ontving sinds 1975 een WAO-uitkering en woonde sinds 1984 in Marokko. Na een herbeoordeling in 2003 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 12,6% en beëindigde de uitkering per 19 november 2003. Het bezwaar van appellant werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet op correcte wijze was bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn pas startte bij ontvangst van het besluit. Appellant had aangetekend brieven verzonden op 23 juli 2003, maar deze waren niet gericht aan de juiste afdeling. De rechtbank kon niet vaststellen of deze brieven als bezwaarschrift waren ontvangen.
De Raad concludeert dat de brieven van 23 juli 2003 als bezwaarschrift moeten worden aangemerkt en binnen de termijn zijn verzonden. De onzekerheid over ontvangst mag niet ten nadele van appellant worden uitgelegd. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bezwaar is ontvankelijk verklaard en het UWV moet een nieuw besluit nemen.