ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vaste aanstelling na tijdelijke aanstelling bij ministerie van Justitie
Appellant was vanaf 1 september 2001 tijdelijk aangesteld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie. In juni 2003 solliciteerde hij naar een vaste functie als juridisch medewerker, waarop hij aanvankelijk positief werd bericht, maar later alsnog werd afgewezen. Tevens werd zijn tijdelijke dienstverband niet omgezet in een vast dienstverband, waardoor dit per 1 september 2003 eindigde.
De minister baseerde zijn afwijzing mede op het feit dat appellant zonder toestemming een bandopname maakte van een arbeidsvoorwaardengesprek en zich tijdens een telefoongesprek onbehoorlijk gedroeg, wat twijfel opriep over zijn integriteit. Daarnaast voldeed appellant niet aan de productie- en kwaliteitsnormen van zijn werk, ondanks begeleiding en functioneringsgesprekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het al dan niet aanstellen van een ambtenaar en dat de afwijzing op redelijke gronden is gebaseerd. Ook stelde de Raad dat de brief waarin appellant aanvankelijk werd aangenomen niet verhinderde dat de minister op inhoudelijke gronden alsnog kon afzien van aanstelling.
De Raad gaf aan dat een ambtenaar die solliciteert binnen het gezagsbereik van zijn werkgever in beginsel ontvankelijk is in bezwaar tegen afwijzing van die sollicitatie, ook als de functie niet geheel past in het loopbaanperspectief. Ten slotte wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van de vaste aanstelling na tijdelijke aanstelling wordt bevestigd vanwege onvoldoende functioneren en twijfel over integriteit.