ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en herbeoordeling door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd het besluit gehandhaafd, waarbij functies werden aangepast op basis van een aangescherpte functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het bezwaarbesluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de functies passend. Appellante stelde in hoger beroep dat de psychische problematiek en conflicthantering onvoldoende waren meegewogen en dat sommige functies ongeschikt waren.
De Raad overwoog dat het gebruik van het CBBS-systeem als ondersteunend beoordelingsinstrument niet onaanvaardbaar is en dat de arbeidskundige motivering voldoende was, met name ten aanzien van het aspect conflicthantering. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering in eerste aanleg, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellante materieel terecht was ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse minder dan 15%.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.