ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische urenbeperking
Appellante stelde in hoger beroep dat zij vanwege ernstige psychische klachten niet in staat is 38 uur per week te werken en dat een medische urenbeperking passend is. Zij verwees daarbij naar een verklaring van een gz-psycholoog die een maximale werkweek van 20 uur adviseerde.
De Raad volgde appellante niet en bevestigde het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De verzekeringsarts had haar oordeel gebaseerd op medisch onderzoek en informatie, en niet uitsluitend op de door appellante geschetste persoonlijke problemen.
De Raad overwoog dat de verklaring van de psycholoog niet overtuigend was omdat appellante op de datum van het geschil niet onder behandeling was en de psycholoog niet had betrokken of de beperkingen binnen het arbeidsongeschiktheidsbegrip vielen. De rechtbank had de grieven van appellante afdoende gemotiveerd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep zag geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.