ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid per 30 juli 2002 minder dan 15% bedroeg, waardoor geen WAO-uitkering werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de besluitvorming zorgvuldig was en geen aanwijzingen bestonden voor een wijziging in de medische situatie sinds 1999.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische situatie anders moest worden beoordeeld, onder meer vanwege een ontslagprocedure waarin hij als ongeschikt werd beschouwd, langdurig medicijngebruik, gevoeligheid voor kou en duizelingen, en een rapport van de instelling ROADS dat zou aantonen dat hij niet in staat is tot arbeid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de klachten sinds 1999 gelijk zijn gebleven en dat het onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige in 2003 zorgvuldig was, mede omdat deze beschikte over eerdere medische rapportages. Het rapport van ROADS betrof een latere periode en bevatte geen medische onderbouwing voor de beperkingen op de relevante datum. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WAO-uitkering krijgt vanwege minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.