ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen informatieve brief UWV niet-ontvankelijk verklaard
Appellante ontving van het UWV een brief waarin werd meegedeeld dat zij niet langer in aanmerking kwam voor een WAO-uitkering. Tegen deze brief maakte zij bezwaar, hoewel het UWV aangaf dat bezwaar pas mogelijk was na ontvangst van een formeel besluit. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was en ging inhoudelijk op het geschil in, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad stelt vast dat de brief van 20 augustus 2002 een informatieve mededeling betreft en geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is het bezwaar prematuur en had het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Raad benadrukt dat het UWV spoedig een primair besluit moet nemen waartegen bezwaar mogelijk is.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatieve brief van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.