ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geen recht op ziekengeld per 26 juni 2003
Appellante werkte van februari tot augustus 2002 via een uitzendbureau en meldde zich op 25 november 2002 ziek wegens psychische klachten. Bij onderzoek op 25 juni 2003 maakte zij geen depressieve indruk en werd zij hersteld verklaard met ingang van 26 juni 2003. Het UWV stelde dit vast en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist was, waarbij voldoende rekening was gehouden met de klachten en informatie van behandelaars. De Raad onderschreef dit oordeel en vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek.
De door appellante overgelegde medische stukken, waaronder een brief van een orthopedisch chirurg en een huisartsjournaal, bevatten geen nieuwe feiten die het besluit zouden kunnen wijzigen. De Raad wees tevens op het feit dat bezwaarverzekeringsartsen onder verantwoordelijkheid van het UWV werken, waardoor artikel 3:9 Awb Pro niet van toepassing is.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen reden tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 26 juni 2003 geen recht meer had op ziekengeld.