ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over ingangsdatum WAO-uitkering na afwijzing vervroegde toekenning
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem, waarin het verzoek tot toekenning van een WAO-uitkering met ingang van een eerdere datum werd afgewezen. Appellant voerde aan dat zijn arbeidsongeschiktheid reeds in 1993 was ingetreden. De rechtbank had echter geoordeeld dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 14 mei 1998 lag, gebaseerd op een geneeskundige rapportage van 22 mei 2003.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om het standpunt van de verzekeringsarts te weerleggen. Hoewel in juni 1995 ernstig hartfalen was vastgesteld, was er sprake van redelijk herstel en waren er geen herhaalde ischemieën, waardoor een eerdere arbeidsongeschiktheid niet aannemelijk was.
Daarnaast wees de Raad het verzoek van appellant af om het UWV te veroordelen tot vergoeding van immateriële schade van €1.000.000,-, aangezien het beroep ongegrond werd verklaard. De Raad zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering ingaat op 14 mei 1998 en wijst het beroep van appellant af.