ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wvg en Wvg-Protocol
Appellante heeft meerdere malen een vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen aangevraagd op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Deze aanvragen zijn steeds afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen en haar rechtsvoorgangers. De medische advisering van het Regionaal Indicatieorgaan (RIO) heeft steeds bevestigd dat appellante alleen geïndiceerd is voor een elektrische rolstoel en collectief vervoer, en dat een gesloten buitenwagen gevaarlijk en onverantwoord zou zijn.
In 2003 heeft appellante opnieuw een aanvraag ingediend met verwijzing naar het Wvg-Protocol van 25 maart 2002. Het College heeft deze aanvraag afgewezen omdat het protocol geen bindende regelgeving is, maar slechts een beleidsadvies dat ten tijde van belang nog niet was geïmplementeerd in het gemeentelijk beleid. De rechtbank Maastricht heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat appellante in hoger beroep feitelijk haar eerdere argumenten herhaalt zonder nieuwe feiten of omstandigheden aan te voeren. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af. Tevens merkt de Raad op dat het instellen van hoger beroep in deze zaak, gezien de duidelijke kansloosheid, grenst aan kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Er worden geen proceskosten toegekend aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen wegens ongewijzigde medische situatie en niet-bindend karakter van het Wvg-Protocol.