ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- N. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij uitsluiting kinderbijslag wegens Turks nabestaandenpensioen
Appellante, weduwe van een in Turkije wonende man die verzekerd bleef voor de Nederlandse volksverzekeringen, werd uitgesloten van kinderbijslag omdat zij een Turks nabestaandenpensioen van circa €0,40 per maand ontvangt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees haar aanvraag af op grond van het Koninklijk Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante gegrond vanwege een motiveringsgebrek in het besluit van de Svb omtrent de hardheidsclausule, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en verzocht tevens om wettelijke rente en proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelt dat de hardheidsclausule van toepassing is en dat de Svb ten onrechte heeft gesteld dat deze niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast. De geringe omvang van het Turkse pensioen leidt niet tot uitsluiting van kinderbijslag. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad de Svb tot vergoeding van beperkte proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met toepassing van de hardheidsclausule.