ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering na medische herbeoordeling
Appellant, betrokken bij een aanrijding in 1996, ontving sinds 1997 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een Wajong-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2002 op grond van een medische herbeoordeling, waarbij appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zijn psychische belastbaarheid en cognitieve beperkingen, waaronder geheugen- en concentratieproblemen als gevolg van een whiplash, niet juist waren ingeschat. Diverse medische rapporten, waaronder van een klinisch psycholoog en een neuroloog, werden overgelegd.
De rechtbank en de Raad raadpleegden een onafhankelijke zenuwarts die concludeerde dat appellant leed aan een ongedifferentieerde somatoforme stoornis en niet aan een post-whiplashsyndroom. De beperkingen werden als licht beoordeeld en in overeenstemming met het belastbaarheidspatroon van het UWV.
De Raad volgde deze deskundige en vond geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De rapporten van de klinisch psycholoog werden niet doorslaggevend geacht. De Raad bevestigde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd binnen de medische mogelijkheden van appellant vielen en verklaarde het bestreden besluit terecht.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.