ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag afgewezen
Wijlen A.B.C., werkzaam als klusjesman, viel in 1999 uit wegens darmkanker en kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2001 werd deze uitkering beëindigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV. In 2003 werd longkanker vastgesteld en A.B.C. overleed in 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep van de erven gegrond vanwege twijfel over de psychische en fysieke beperkingen van A.B.C., mede gebaseerd op medische rapporten. In hoger beroep voerde het UWV aan dat de rechtbank onvoldoende objectief had geoordeeld en verwees naar medisch commentaar.
De Raad overwoog dat vermoeidheidsklachten na chemotherapie en bestraling breed erkend zijn en dat het causale verband met de ziekte en behandeling voldoende is aangetoond. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit geen deugdelijke medische grondslag heeft en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering is onterecht wegens onvoldoende medische grondslag en het hoger beroep wordt verworpen.