ECLI:NL:CRVB:2000:AA8466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T. Hoogenboom
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheid wegens chronische vermoeidheid na kankerbehandeling
De zaak betreft het hoger beroep van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) tegen de uitspraak van de rechtbank die de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van gedaagde vernietigde. Gedaagde kampte sinds 1990 met een blaascarcinoom waarvoor hij intensieve chemotherapie en bestralingen onderging. Hoewel het carcinoom in remissie was, bleef hij ernstige vermoeidheidsklachten houden die zijn arbeidsvermogen beperkten.
De medische deskundigen, waaronder de uroloog Van Baasbank en de radiotherapeut/oncoloog Wijrdeman, bevestigden dat de vermoeidheidsklachten reëel en het gevolg zijn van de ziekte en behandeling. Zij stelden dat gedaagde niet in staat is meer dan 16 à 20 uur per week te werken zonder gezondheidsrisico's. Het Lisv voerde aan dat er geen objectieve medische grondslag was voor deze beperking, maar de Raad verwierp dit standpunt.
De Raad oordeelde dat de klachten van gedaagde vergelijkbaar zijn met het Chronisch Vermoeidheidssyndroom, maar onderscheiden door een duidelijke medische voorgeschiedenis. De Raad concludeerde dat de herziening van de uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid onterecht was en bevestigde de eerdere uitspraken die de oorspronkelijke uitkering handhaafden.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Lisv tot betaling van wettelijke rente over de ten onrechte niet betaalde uitkeringen en tot vergoeding van proceskosten van gedaagde. Ook werden griffierechten opgelegd aan het Lisv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat gedaagde wegens chronische vermoeidheid niet meer dan 16 à 20 uur per week kan werken en vernietigt de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.