ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts M. Opheij en een arbeidsdeskundige werd het verlies aan verdienvermogen vastgesteld op 3,01%, waarna het UWV de uitkering introk.
Appellant voerde bezwaar aan met een rapport van psycholoog Verbunt, die kenmerken van borderline- en antisociale persoonlijkheidsstoornis constateerde, maar dit werd door de bezwaarverzekeringsarts Van den Bold niet als ziekte in WAO-zin erkend. De rechtbank en de Raad onderschreven dit oordeel en verwierpen het bezwaar.
De Raad constateerde dat het bezwaar ontvankelijk was, ondanks een adreswijziging die aanvankelijk niet correct was verwerkt, maar zag geen reden het besluit te vernietigen. Er waren geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leidden. Appellant was niet verschenen bij de zitting. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het bezwaar en handhaaft de intrekking van de WAO-uitkering.