ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste verblijfplaatsinformatie
Appellant ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College herzag het besluit en trok de uitkering in over de periode 8 september 2002 tot 14 oktober 2003 vanwege onjuiste informatie over zijn verblijfplaats. Appellant gaf een adres op waar hij niet daadwerkelijk woonde, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 65 Abw Pro opleverde.
De Raad oordeelde dat de woonplaats moet worden vastgesteld aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Het verhoor van de vader van appellant werd als toelaatbaar beschouwd. Door het verstrekken van onjuiste informatie kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, waardoor het College verplicht was de uitkering in te trekken en terug te vorderen.
Appellant voerde geen dringende redenen aan om af te zien van intrekking of terugvordering. De Raad bevestigde het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank, waarbij ook werd opgemerkt dat de beslagvrije voet voldoende bescherming biedt voor het levensonderhoud.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering worden bevestigd wegens het verstrekken van onjuiste informatie over de verblijfplaats.